Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to clutter up
[phrase form: clutter]
01
volproppen, in wanorde brengen
to transform a place into a messy or disorganized environment
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
clutter
tegenwoordige tijd
clutter up
3e persoon enkelvoud
clutters up
onvoltooid deelwoord
cluttering up
onvoltooid verleden tijd
cluttered up
voltooid deelwoord
cluttered up
Voorbeelden
I need to declutter my closet because it 's cluttered up with clothes I do n't wear anymore.
Ik moet mijn kast opruimen omdat het volgestouwd is met kleren die ik niet meer draag.



























