Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to climb down
[phrase form: climb]
01
afdalen, naar beneden klimmen
to come down from a higher point or position, often with a careful or controlled manner
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
down
basiswerkwoord
climb
tegenwoordige tijd
climb down
3e persoon enkelvoud
climbs down
onvoltooid deelwoord
climbing down
onvoltooid verleden tijd
climbed down
voltooid deelwoord
climbed down
Voorbeelden
He carefully climbed the ladder down from the attic, carrying a box of old books.
Hij klom voorzichtig de ladder af vanuit de zolder, terwijl hij een doos met oude boeken droeg.
02
afdalen, toegeven
to move to a different opinion or to admit to one's mistakes
Dialect
British
Transitive



























