Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to carry out
[phrase form: carry]
01
uitvoeren, voltooien
to complete or conduct a task, job, etc.
Transitive: to carry out a task
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
carry
tegenwoordige tijd
carry out
3e persoon enkelvoud
carries out
onvoltooid deelwoord
carrying out
onvoltooid verleden tijd
carried out
voltooid deelwoord
carried out
Voorbeelden
The detective was assigned to carry out the investigation into the mysterious disappearance.
De detective werd toegewezen om het onderzoek naar de mysterieuze verdwijning uit te voeren.
02
uitvoeren, volbrengen
to execute a decision, order, or directive
Transitive: to carry out an order or promise
Voorbeelden
She carried out her promise to donate a portion of her earnings to a local charity every month.
Ze voerde haar belofte uit om elke maand een deel van haar inkomsten aan een lokaal goed doel te doneren.
03
vervoeren, verplaatsen
to physically move something or someone from one place to another
Voorbeelden
The workers will carry the equipment out of the warehouse.
De werknemers zullen de uitrusting uit het magazijn dragen.



























