Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to care for
[phrase form: care]
01
verzorgen, zorgen voor
to provide treatment for or help a person or an animal that is sick or injured
Transitive: to care for a person or animal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
for
basiswerkwoord
care
tegenwoordige tijd
care for
3e persoon enkelvoud
cares for
onvoltooid deelwoord
caring for
onvoltooid verleden tijd
cared for
voltooid deelwoord
cared for
Voorbeelden
The rescue team cares for injured wildlife before releasing them back into the wild.
Het reddingsteam zorgt voor gewonde wilde dieren voordat ze weer in het wild worden vrijgelaten.
Voorbeelden
Do you care for coffee or tea in the morning?
Houd je van koffie of thee in de ochtend?
03
romantische gevoelens hebben voor, houden van
to have romantic feelings toward someone
Voorbeelden
It 's clear that they care for each other deeply.
Het is duidelijk dat ze diep voor elkaar zorgen.



























