Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to burden
01
belasten, bezwaren
to place a heavy load or weight on something or someone
Transitive: to burden sth with a load
Voorbeelden
Farmers often have to burden their trucks with harvested crops to transport them to market.
Boeren moeten vaak hun vrachtwagens beladen met geoogste gewassen om ze naar de markt te vervoeren.
02
belasten, opzadelen met
to give someone a responsibility or task that demands a great deal of effort or causes a lot of stress
Transitive: to burden sb with a task
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
burden
3e persoon enkelvoud
burdens
onvoltooid deelwoord
burdening
onvoltooid verleden tijd
burdened
voltooid deelwoord
burdened
Voorbeelden
The professor chose not to burden the students with additional assignments during the exam week.
De professor koos ervoor om de studenten tijdens de examenweek niet met extra opdrachten te belasten.
Burden
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
burdens
Voorbeelden
The responsibility of managing a large team became too much of a burden for him.
De verantwoordelijkheid van het managen van een groot team werd een te grote last voor hem.
02
last, gewicht
physical weight or load to be carried or transported
Voorbeelden
He lifted the burden onto the truck.
Hij tilde de last op de vrachtwagen.
03
hoofdthema, centraal idee
the main idea or theme of a speech, document, literary work, or discourse
Voorbeelden
The report 's burden emphasized the need for financial reform.
De last van het rapport benadrukte de noodzaak van financiële hervorming.
Lexicale Boom
burdened
disburden
overburden
burden



























