Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to bruit
01
verspreiden
to spread or circulate news, rumors, or information widely
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bruit
3e persoon enkelvoud
bruits
onvoltooid deelwoord
bruiting
onvoltooid verleden tijd
bruited
voltooid deelwoord
bruited
Voorbeelden
Tomorrow, they will bruit the announcement of their engagement to friends and family, spreading the joyous news far and wide.
Morgen zullen ze de aankondiging van hun verloving aan vrienden en familie verspreiden, het blijde nieuws ver en wijd verspreiden.



























