yack
yack
jæk
yāk
/jˈæk/

Definitie en betekenis van "yack"in het Engels

to yack
01

kotsen, overgeven

to vomit or throw up, often used informally or humorously
Informal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
yack
3e persoon enkelvoud
yacks
onvoltooid deelwoord
yacking
onvoltooid verleden tijd
yacked
voltooid deelwoord
yacked
Voorbeelden
He drank so much last night, he ended up yacking this morning.
Hij dronk gisteravond zoveel dat hij vanmorgen moest kotsen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store