Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to bow to
[phrase form: bow]
01
buigen voor, zich onderwerpen aan
to accept someone’s authority or demands, often reluctantly
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
to
basiswerkwoord
bow
tegenwoordige tijd
bow to
3e persoon enkelvoud
bows to
onvoltooid deelwoord
bowing to
onvoltooid verleden tijd
bowed to
voltooid deelwoord
bowed to
Voorbeelden
The government bowed to international pressure and released the prisoners.
De regering boog voor internationale druk en liet de gevangenen vrij.



























