Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to flash by
[phrase form: flash]
01
voorbij flitsen, voorbij vliegen
(of time, day, etc.) to swiftly pass, often in a sudden manner
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
by
basiswerkwoord
flash
tegenwoordige tijd
flash by
3e persoon enkelvoud
flashes by
onvoltooid deelwoord
flashing by
onvoltooid verleden tijd
flashed by
voltooid deelwoord
flashed by
Voorbeelden
When you 're busy with work, the days can flash by without you realizing.
Als je druk bent met werk, kunnen de dagen voorbijvliegen zonder dat je het merkt.
02
voorbij flitsen, voorbij schieten
to move so quickly that one cannot properly see the thing or person moving
Voorbeelden
During the race, the runners flashed by in a flurry of speed and determination.
Tijdens de race schoten de lopers voorbij in een wervelwind van snelheid en vastberadenheid.



























