Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to squick
01
walgen, tegenstaan
to disgust someone
Transitive: to squick sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
squick
3e persoon enkelvoud
squicks
onvoltooid deelwoord
squicking
onvoltooid verleden tijd
squick
voltooid deelwoord
squick
Voorbeelden
The disgusting smell has squicked me since I entered the room.
De walgelijke geur heeft me gesquickt sinds ik de kamer binnenkwam.



























