simp
simp
sɪmp
simp
/sˈɪmp/

Definitie en betekenis van "simp"in het Engels

01

een slijmbal, een vleier

a man excessively submissive, deferential, or eager to please women, often to his own detriment
Dialectamerican flagAmerican
Disapproving
Slang
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
simps
Voorbeelden
The simp waited outside for hours while she ignored him.
De simp wachtte uren buiten terwijl zij hem negeerde.
02

een dwaas, een domkop

a person who acts in a silly or foolish manner
Dialectamerican flagAmerican
Disapproving
Informal
to simp
01

overmatig onderdanig zijn, overdreven toewijding tonen

to show excessive devotion or attention to someone, often in a way that seems desperate or one-sided
Slang
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
simp
3e persoon enkelvoud
simps
onvoltooid deelwoord
simping
onvoltooid verleden tijd
simped
voltooid deelwoord
simped
Voorbeelden
She simped so hard for that streamer, she donated half her paycheck.
Ze heeft zo hard gesimpt voor die streamer dat ze de helft van haar salaris doneerde.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store