Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to bogey
01
een bogey maken, een bogey noteren
to shoot in one stroke over par
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bogey
3e persoon enkelvoud
bogeys
onvoltooid deelwoord
bogeying
onvoltooid verleden tijd
bogeyed
voltooid deelwoord
bogeyed
01
boze geest, demon
an evil spirit
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
bogeys
02
niet-geïdentificeerd vliegtuig, bogey
an unidentified (and possibly enemy) aircraft
03
bogey, een slag boven par
a score of one stroke over par on a hole in golf
Voorbeelden
He needs to reduce the number of bogeys in his game.
Hij moet het aantal bogeys in zijn spel verminderen.



























