Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to plan on
[phrase form: plan]
01
plannen, van plan zijn
to intend to do something in the future based on certain considerations or expectations
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
on
basiswerkwoord
plan
tegenwoordige tijd
plan on
3e persoon enkelvoud
plans on
onvoltooid deelwoord
planning on
onvoltooid verleden tijd
planned on
voltooid deelwoord
planned on
Voorbeelden
We plan on renovating the kitchen next month.
We plannen om volgende maand de keuken te renoveren.



























