to go off with
Pronunciation
/ɡˌoʊ ˈɔf wɪð/

Definitie en betekenis van "go off with"in het Engels

to go off with
[phrase form: go]
01

weggaan met, ervandoor gaan met

to leave one's spouse or partner to pursue a romantic relationship with someone else
to go off with definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
go
tegenwoordige tijd
go off with
3e persoon enkelvoud
goes off with
onvoltooid deelwoord
going off with
onvoltooid verleden tijd
went off with
voltooid deelwoord
gone off with
Voorbeelden
The scandal erupted when he went off with his wife's best friend.
Het schandaal barstte los toen hij er met de beste vriendin van zijn vrouw vandoor ging.
02

weggaan met, ervandoor gaan met

to leave a place, often suddenly or without permission, taking someone or something with one
Voorbeelden
The robbers went off with all the valuables from the jewelry store.
De dieven gingen ervandoor met alle waardevolle spullen uit de juwelier.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store