Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to hit upon
[phrase form: hit]
01
stuiten op, een ingeving hebben
to suddenly have a great idea
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
upon
basiswerkwoord
hit
tegenwoordige tijd
hit upon
3e persoon enkelvoud
hits upon
onvoltooid deelwoord
hitting upon
onvoltooid verleden tijd
hit upon
voltooid deelwoord
hit upon
Voorbeelden
The team was brainstorming, and Sarah hit upon an ingenious plan to improve efficiency.
Het team was aan het brainstormen, en Sarah kwam op een ingenieuze plan om de efficiëntie te verbeteren.



























