Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
in front of
01
voor, vóór
in a position at the front part of someone or something else or further forward than someone or something
grammaticale informatie
Voorbeelden
She parked her car in front of the house and rushed inside to get ready for the party.
Ze parkeerde haar auto voor het huis en haastte zich naar binnen om zich klaar te maken voor het feest.



























