Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Whitewash
01
kalkverf, witsel
a type of water-based paint or coating made from a mixture of lime, water, and other additives that is used to brighten, disinfect, or decorate surfaces
Voorbeelden
Farmers often use whitewash to protect barns from pests.
Boeren gebruiken vaak kalk om schuren te beschermen tegen ongedierte.
02
verdoezeling, verbloeming
an attempt to make something seem better or more innocent than it really is by hiding faults or wrongdoing
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
whitewashes
Voorbeelden
The press conference turned into a whitewash of the company's failures.
De persconferentie veranderde in een verdoezeling van de mislukkingen van het bedrijf.
03
een verpletterende nederlaag, een witwassen
a contest in which one side wins while the other side does not achieve any points
Voorbeelden
The match ended in a whitewash, with the visitors unable to score.
De wedstrijd eindigde in een afstraffing, de bezoekers konden niet scoren.
to whitewash
01
verdoezelen, verbergen
to hide or downplay a mistake, wrongdoing, or flaw to make something seem better than it really is
Transitive: to whitewash sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
whitewash
3e persoon enkelvoud
whitewashes
onvoltooid deelwoord
whitewashing
onvoltooid verleden tijd
whitewashed
voltooid deelwoord
whitewashed
Voorbeelden
The documentary accused the government of trying to whitewash history.
De documentaire beschuldigde de regering van het proberen de geschiedenis wit te wassen.
02
witten, kalken
to apply a white, paint-like mixture to a surface, usually to make it look clean or new
Transitive: to whitewash sth
Voorbeelden
We spent the weekend whitewashing the walls of the cottage.
We brachten het weekend door met het witten van de muren van het huisje.



























