Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to whimper
01
jengelen, kermen
to make low crying sounds out of fear, pain or sadness
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
whimper
3e persoon enkelvoud
whimpers
onvoltooid deelwoord
whimpering
onvoltooid verleden tijd
whimpered
voltooid deelwoord
whimpered
Voorbeelden
He could n't help but whimper when the dentist touched the sore tooth.
Hij kon niet anders dan janken toen de tandarts de pijnlijke tand aanraakte.
Whimper
01
gejank, gehuil
a low crying sound out of fear, pain or sadness
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
whimpers
02
gejank, klacht
a complaint uttered in a plaintive whining way



























