Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to wear out
01
verslijten, uitputten
to cause something to lose its functionality or good condition over time or through extensive use
Transitive: to wear out sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
wear
tegenwoordige tijd
wear out
3e persoon enkelvoud
wears out
onvoltooid deelwoord
wearing out
onvoltooid verleden tijd
wore out
voltooid deelwoord
worn out
Voorbeelden
Excessive heat can wear out electronic devices, so keep them well-ventilated.
Overmatige hitte kan elektronische apparaten verslijten, dus houd ze goed geventileerd.
02
uitputten, vermoeien
to make someone tired because of strain or stress
Transitive: to wear out sb/sth
Voorbeelden
Prolonged stress can wear a person out both physically and mentally.
Langdurige stress kan een persoon zowel fysiek als mentaal uitputten.
03
verslijten, slijten
to become ripped over time, due to continuous use
Intransitive
Voorbeelden
The shoes have worn out at the soles, and it's time to get a new pair.
De schoenen zijn versleten bij de zolen, en het is tijd voor een nieuw paar.



























