Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to wash away
[phrase form: wash]
01
wegwassen, schoonmaken
to clean something by using water to make the dirt or other substances go away
Transitive: to wash away dirt or impurities
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
away
basiswerkwoord
wash
tegenwoordige tijd
wash away
3e persoon enkelvoud
washes away
onvoltooid deelwoord
washing away
onvoltooid verleden tijd
washed away
voltooid deelwoord
washed away
Voorbeelden
The janitor worked diligently to wash away the stubborn stains in the school hallway.
De conciërge werkte ijverig om de hardnekkige vlekken in de schoolgang weg te wassen.
02
wegwassen, verwijderen
to remove something entirely
Transitive: to wash away sth
Voorbeelden
The emotional impact of the tragedy was something no amount of rain could wash away.
De emotionele impact van de tragedie was iets wat geen hoeveelheid regen kon wegwassen.



























