to wail
Pronunciation
/ˈweɪɫ/

Definitie en betekenis van "wail"in het Engels

to wail
01

jammeren, huilen

to cry out loudly and mournfully, often expressing grief, pain, or intense sorrow
Intransitive
to wail definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
wail
3e persoon enkelvoud
wails
onvoltooid deelwoord
wailing
onvoltooid verleden tijd
wailed
voltooid deelwoord
wailed
Voorbeelden
At the protest, people wail in anguish, demanding justice for the victims.
Tijdens het protest jammeren mensen in doodsangst en eisen gerechtigheid voor de slachtoffers.
02

jammeren, huilen

to produce a long, high-pitched sound
Intransitive
Voorbeelden
The dog started to wail at the door when its owner left the house.
De hond begon te huilen bij de deur toen zijn eigenaar het huis verliet.
01

gejammer, geween

a cry of sorrow and grief
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
wails
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store