Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
visibly
01
zichtbaar, duidelijk
in a manner that can be seen with the eyes
grammaticale informatie
Voorbeelden
The scars on his face were visibly clear after the accident.
De littekens op zijn gezicht waren zichtbaar duidelijk na het ongeluk.
1.1
zichtbaar, duidelijk
in a way that is clearly noticeable or apparent
Voorbeelden
He was visibly nervous, fidgeting and avoiding eye contact.
Hij was zichtbaar nerveus, friemelde en vermeed oogcontact.
Lexicale Boom
invisibly
visibly
visible
vision



























