Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
rand, grens
the limit beyond which something happens or changes
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
verges
02
rand, grens
a region marking a boundary
03
berm, wegrand
the strip of land bordering a road, often covered with grass or vegetation
Voorbeelden
They planted trees on the verge to improve aesthetics.
Ze plantten bomen op de rand om de esthetiek te verbeteren.
04
staf, ceremoniële staf
a ceremonial or emblematic staff
05
rand, grens
the edge or border of a roof, typically where it meets the gable or end wall of a building
to verge
01
op de rand zijn, grenzen aan
to be on the edge or border of something
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
verge
3e persoon enkelvoud
verges
onvoltooid deelwoord
verging
onvoltooid verleden tijd
verged
voltooid deelwoord
verged
Voorbeelden
They had been verging on disaster before the storm suddenly shifted course.
Ze waren op de rand van een ramp voordat de storm plotseling van koers veranderde.



























