to upbraid
up
ʌp
ap
braid
ˈbreɪd
breid
unbraid

Definitie en betekenis van "upbraid"in het Engels

to upbraid
01

berispen, verwijten

to criticize someone for doing or saying something that one believes to be wrong 
Transitive: to upbraid sb for an action or behavior
to upbraid definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
upbraid
3e persoon enkelvoud
upbraids
onvoltooid deelwoord
upbraiding
onvoltooid verleden tijd
upbraided
voltooid deelwoord
upbraided
Voorbeelden
The teacher upbraided the student for cheating on the exam. 

De leraar berispte de leerling voor het spieken tijdens het examen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store