Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
unstable
01
onstabiel, onvoorspelbaar
displaying unpredictable and sudden changes in emotions and behavior
Voorbeelden
Living with an unstable roommate caused tension in the household, as his mood swings could be intense and sudden.
Samenwonen met een onstabiele huisgenoot veroorzaakte spanning in het huishouden, omdat zijn stemmingswisselingen intens en plotseling konden zijn.
Voorbeelden
The chair felt unstable, so she avoided sitting on it.
De stoel voelde onstabiel aan, dus vermeed ze erop te zitten.
03
onstabiel, veranderlijk
prone to sudden change or alteration
Voorbeelden
The market has been unstable lately, with drastic fluctuations in stock prices.
De markt is de laatste tijd onstabiel geweest, met drastische schommelingen in aandelenkoersen.
04
(of a substance) chemically reactive or prone to rapid change when exposed to other substances
Voorbeelden
The laboratory stores unstable substances in specialized containers.
Voorbeelden
Their relationship felt unstable, as they often disagreed and struggled to communicate.
Hun relatie voelde onstabiel aan, omdat ze het vaak oneens waren en moeite hadden om te communiceren.
Lexicale Boom
unstable
stable



























