Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to blacken
01
zwart maken, verduisteren
to make something black in color
Transitive: to blacken sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
blacken
3e persoon enkelvoud
blackens
onvoltooid deelwoord
blackening
onvoltooid verleden tijd
blackened
voltooid deelwoord
blackened
Voorbeelden
Cooking over an open flame can blacken the surface of the pot.
Koken op een open vlam kan het oppervlak van de pan zwart maken.
Lexicale Boom
blackened
blackening
blacken
black



























