to unify
u
ˈju:
yoo
ni
ni
fy
faɪ
fai
unity

Definitie en betekenis van "unify"in het Engels

to unify
01

verenigen, samenvoegen

to join things together into one 
Transitive: to unify two or more things
to unify definition and meaning
Voorbeelden
The school plans to unify its two campuses next year. 

De school plant om volgend jaar zijn twee campussen te verenigen.

02

verenigen, samenvoegen

to become whole or united 
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
unify
3e persoon enkelvoud
unifies
onvoltooid deelwoord
unifying
onvoltooid verleden tijd
unified
voltooid deelwoord
unified
Voorbeelden
The various groups will unify under a single banner for the protest. 

De verschillende groepen zullen zich verenigen onder één banier voor het protest.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store