uniform
Pronunciation
/ˈjuːnɪˌfɔːrm/

Definitie en betekenis van "uniform"in het Engels

01

uniform

the special set of clothes that all members of an organization or a group wear at work, or children wear at a particular school
uniform definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
uniforms
Voorbeelden
The police officer 's uniform was decorated with shiny badges and a badge.
Het uniform van de politieagent was versierd met glanzende badges en een badge.
01

uniform, consistent

consistent in form or character
uniform definition and meaning
Voorbeelden
The instructions were written in a uniform font to ensure clarity.
De instructies waren geschreven in een uniform lettertype om duidelijkheid te waarborgen.
02

uniform, gelijk

characterized by consistency and sameness across all instances

single

grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
most uniform
vergrotende trap
more uniform
gradueerbaar
Voorbeelden
A uniform coating of paint ensured the wall looked smooth and even.
Een uniforme laag verf zorgde ervoor dat de muur er glad en egaal uitzag.
03

uniform, homogeen

the same throughout in structure or composition
04

uniform, gelijkmatig verdeeld

evenly spaced
to uniform
01

uitrusten met uniformen, voorzien van uniformen

provide with uniforms
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
uniform
3e persoon enkelvoud
uniforms
onvoltooid deelwoord
uniforming
onvoltooid verleden tijd
uniformed
voltooid deelwoord
uniformed
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store