Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to transact
01
transacties uitvoeren, zaken doen
to do business with another person or company
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
transact
3e persoon enkelvoud
transacts
onvoltooid deelwoord
transacting
onvoltooid verleden tijd
transacted
voltooid deelwoord
transacted
Voorbeelden
He had to go to the city hall to transact some legal business related to his property.
Hij moest naar het stadhuis gaan om enkele juridische zaken met betrekking tot zijn eigendom te regelen.
Lexicale Boom
transaction
transactor
transact



























