Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to traipse
01
zich slepen, met tegenzin lopen
to walk or move wearily or reluctantly, often with a casual or unhurried manner
Intransitive: to traipse | to traipse somewhere
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
traipse
3e persoon enkelvoud
traipses
onvoltooid deelwoord
traipsing
onvoltooid verleden tijd
traipsed
voltooid deelwoord
traipsed
Voorbeelden
In the hot sun, the employees had to traipse from one building to another for the team meeting.
In de hete zon moesten de werknemers slenteren van het ene gebouw naar het andere voor het teamoverleg.



























