tampon
tam
ˈtæm
tām
pon
pɒn
pon
tampiontarpon

Definitie en betekenis van "tampon"in het Engels

01

tampon, hygiënische tampon

a piece of cotton material that a woman inserts into her vagina to stop blood from coming out during her period 
tampon definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
tampons
Voorbeelden
She always carries tampons in her bag for emergencies. 

Ze heeft altijd tampons in haar tas voor noodgevallen.

to tampon
01

tamponneren, stoppen

to block, absorb, or plug a cavity or wound using a tampon 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
tampon
3e persoon enkelvoud
tampons
onvoltooid deelwoord
tamponing
onvoltooid verleden tijd
tamponed
voltooid deelwoord
tamponed
Voorbeelden
The nurse tamponed the wound to stop the bleeding. 

De verpleegster tamponeerde de wond om het bloeden te stoppen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store