Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to take apart
01
uit elkaar halen, demonteren
to disassemble or separate into its individual components or parts
Transitive: to take apart an object
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
apart
basiswerkwoord
take
tegenwoordige tijd
take apart
3e persoon enkelvoud
takes apart
onvoltooid deelwoord
taking apart
onvoltooid verleden tijd
took apart
voltooid deelwoord
taken apart
Voorbeelden
I need to take the computer apart to fix the internal components.
Ik moet de computer uit elkaar halen om de interne componenten te repareren.
02
uit elkaar halen, scherp bekritiseren
to strongly criticize someone or something
Transitive: to take apart a work or idea
Voorbeelden
The political analyst sought to take apart the candidate's platform with pointed questions.
De politiek analist probeerde het platform van de kandidaat met scherpe vragen uiteen te nemen.
03
ontleden, analyseren
to analyze something by its essential components or features
Transitive: to take apart sth
Voorbeelden
The teacher asked the students to take the equation apart and identify each part.
De leraar vroeg de leerlingen om de vergelijking uiteen te nemen en elk onderdeel te identificeren.



























