Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to switch on
[phrase form: switch]
01
aanzetten, activeren
to make something start working usually by flipping a switch
Transitive: to switch on a device or system
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
on
basiswerkwoord
switch
tegenwoordige tijd
switch on
3e persoon enkelvoud
switches on
onvoltooid deelwoord
switching on
onvoltooid verleden tijd
switched on
voltooid deelwoord
switched on
Voorbeelden
He switched the car engine on and drove away.
Hij startte de motor van de auto en reed weg.



























