Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to sweeten
01
zoeten, verzoeten
to make something taste sweeter
Transitive: to sweeten food or drinks
Voorbeelden
She sweetens her tea with a spoonful of honey for a natural sweetness.
Ze zoet haar thee met een lepel honing voor een natuurlijke zoetheid.
02
verzoeten, aangenamer maken
to make something acceptable or pleasant
Transitive: to sweeten a situation
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
sweeten
3e persoon enkelvoud
sweetens
onvoltooid deelwoord
sweetening
onvoltooid verleden tijd
sweetened
voltooid deelwoord
sweetened
Voorbeelden
She tried to sweeten the situation by offering a sincere apology for the misunderstanding.
Ze probeerde de situatie te verzoeten door een oprechte verontschuldiging aan te bieden voor het misverstand.
03
verzoeten, lokken
to attempt to persuade someone to do what one wants by promising them something or giving something to them
Transitive: to sweeten sb
Voorbeelden
She sweetened him with the offer of a new car if he would take on the extra work.
Ze verzoetste hem met het aanbod van een nieuwe auto als hij het extra werk zou opnemen.
Lexicale Boom
sweetened
sweetener
sweetening
sweeten
sweet



























