Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to swap
01
ruilen, wisselen
to give something to a person and receive something else in return
Transitive: to swap sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
swap
3e persoon enkelvoud
swaps
onvoltooid deelwoord
swapping
onvoltooid verleden tijd
swapped
voltooid deelwoord
swapped
Voorbeelden
We can swap seats if you prefer a better view of the stage.
We kunnen van plaats wisselen als je liever een beter zicht op het podium hebt.
01
ruil, uitwisseling
an exchange in which two parties give and receive items of equivalent value
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
swaps
Voorbeelden
The neighbors arranged a swap of gardening tools.
De buren regelden een ruil van tuingereedschap.



























