strum
strum
strəm
strēm
/stɹˈʌm/

Definitie en betekenis van "strum"in het Engels

to strum
01

tokkelen, aanslaan

to play a stringed instrument by sweeping the fingers lightly across the strings
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
strum
3e persoon enkelvoud
strums
onvoltooid deelwoord
strumming
onvoltooid verleden tijd
strummed
voltooid deelwoord
strummed
Voorbeelden
They are strumming their ukuleles together for the performance tonight.
Ze tokkelen samen op hun ukuleles voor de voorstelling vanavond.
01

getokkel, geluid van tokkelen

sound of strumming
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
strums
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store