Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Stroll
01
wandeling, ommetje
a relaxed walk taken for enjoyment
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
strolls
Voorbeelden
He often takes a stroll in the evening to clear his mind.
Hij maakt vaak een wandeling in de avond om zijn hoofd leeg te maken.
to stroll
01
wandelen, slenteren
to walk leisurely or casually, typically without a specific destination or purpose, often for enjoyment or relaxation
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
stroll
3e persoon enkelvoud
strolls
onvoltooid deelwoord
strolling
onvoltooid verleden tijd
strolled
voltooid deelwoord
strolled
Voorbeelden
Residents of the quaint town often gather at the town square to stroll and chat with their neighbors.
De inwoners van het pittoreske stadje komen vaak samen op het dorpsplein om wandelen en te praten met hun buren.



























