Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
spion, geheim agent
someone who is employed by a government to obtain secret information on another person, country, company, etc.
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
spies
Voorbeelden
The spy used hidden cameras to gather intelligence on the enemy's activities.
De spion gebruikte verborgen camera's om inlichtingen te verzamelen over de activiteiten van de vijand.
02
spion, informant
a person who secretly observes or watches others without their knowledge
Voorbeelden
He acted like a spy, watching his neighbors from the window.
Hij gedroeg zich als een spion, zijn buren vanuit het raam observerend.
to spy
01
spioneren, stiekem observeren
to secretly observe someone
Transitive: to spy on sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
spy
3e persoon enkelvoud
spies
onvoltooid deelwoord
spying
onvoltooid verleden tijd
spied
voltooid deelwoord
spied
Voorbeelden
During the Cold War, intelligence agencies would spy on rival nations to gather classified information.
Tijdens de Koude Oorlog zouden inlichtingendiensten rivaliserende naties bespioneren om geheime informatie te verzamelen.
02
bespieden, gadeslaan
to see or glimpse something briefly or from a distance
Transitive: to spy sb/sth
Voorbeelden
She spied a bird perched on the windowsill while she was working.
Ze zag een vogel zitten op de vensterbank terwijl ze aan het werk was.
03
spioneren, bespioneren
to secretly gather information about enemies, competitors, or others
Intransitive: to spy for sb | to spy on an enemy or rival
Voorbeelden
During the Cold War, many people were recruited to spy for their countries.
Tijdens de Koude Oorlog werden veel mensen gerekruteerd om voor hun land te spioneren.



























