Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to spring up
01
opkomen, ontstaan
to begin to exist very quickly
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
spring
tegenwoordige tijd
spring up
3e persoon enkelvoud
springs up
onvoltooid deelwoord
springing up
onvoltooid verleden tijd
sprang up
voltooid deelwoord
sprung up
Voorbeelden
The idea sprang a new project up.
Het idee bracht een nieuw project tot stand.
02
plotseling verschijnen, opduiken
to appear suddenly and quickly
Voorbeelden
Technologies seem to spring up overnight in the fast-paced industry.
Technologieën lijken ineens op te duiken in de snel veranderende industrie.
03
snel opstaan, opspringen
to quickly stand up or jump up
Voorbeelden
He sprang up from the chair when he heard the loud noise.
Hij sprong op van de stoel toen hij het harde geluid hoorde.



























