Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
sparkling
01
sprankelend, glinsterend
shining brightly with flashes of light
Voorbeelden
The sparkling jewels in her necklace caught the light and dazzled onlookers.
De sprankelende juwelen in haar ketting vingen het licht en verblindden de toeschouwers.
02
bruisend, koolzuurhoudend
(of drinks) containing bubbles or carbonation
Voorbeelden
The champagne flutes were filled with sparkling wine to toast the newlyweds.
De champagneflutes werden gevuld met mousserende wijn om te proosten op de pasgetrouwden.
Voorbeelden
He gave a sparkling performance that captivated the audience from start to finish.
Hij gaf een sprankelende uitvoering die het publiek van begin tot eind boeide.
Lexicale Boom
sparkling
sparkle



























