Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
sneeuwachtig, besneeuwd
(of a period of time or weather) having or bringing snow
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
kwalitatief
overtreffende trap
snowiest
vergrotende trap
snowier
gradueerbaar
Voorbeelden
We had a snowy weekend in the mountains, surrounded by beautiful white landscapes.
We hadden een sneeuwachtig weekend in de bergen, omringd door prachtige witte landschappen.
Voorbeelden
He carefully drove on the snowy road.
Hij reed voorzichtig op de besneeuwde weg.
Voorbeelden
The walls were painted a snowy white, making the room feel bright and airy.
De muren waren geschilderd in een sneeuwwit wit, waardoor de kamer licht en luchtig aanvoelde.
Lexicale Boom
snowy
snow



























