Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to slow up
[phrase form: slow]
01
vertragen, snelheid verminderen
to decrease in speed or pace
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
slow
tegenwoordige tijd
slow up
3e persoon enkelvoud
slows up
onvoltooid deelwoord
slowing up
onvoltooid verleden tijd
slowed up
voltooid deelwoord
slowed up
Voorbeelden
As the weather worsened, the runners began to slow up, finding it challenging to maintain their pace.
Toen het weer verslechterde, begonnen de hardlopers af te remmen, wat het moeilijk vonden om hun tempo te behouden.
02
vertragen, afremmen
to cause something or someone to proceed more slowly
Voorbeelden
Unexpected roadwork can slow up the progress of the construction project.
Onverwachte wegwerkzaamheden kunnen de voortgang van het bouwproject vertragen.



























