to befuddle
Pronunciation
/bɪˈfədəɫ/

Definitie en betekenis van "befuddle"in het Engels

to befuddle
01

verwarren, verbijsteren

to muddle someone's thinking, making it difficult to concentrate or reason
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
befuddle
3e persoon enkelvoud
befuddles
onvoltooid deelwoord
befuddling
onvoltooid verleden tijd
befuddled
voltooid deelwoord
befuddled
Voorbeelden
She was befuddled by the sudden change in plans.
Ze was in de war door de plotselinge verandering van plannen.
02

dronken worden, in de war raken

to become intoxicated
Voorbeelden
They stumbled out of the bar, befuddled and laughing.
Ze wankelden de bar uit, verdoofd en lachend.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store