Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
zijde, kant
De rechterkant van de auto was beschadigd.
zijde, flank
Een zijde varkensvlees kan in meerdere sneden worden verdeeld.
kant, partij
Elke partij presenteerde hun argumenten tijdens het debat.
zijde, zijkant
Een vierkant heeft vier gelijke zijden.
standpunt, mening
Ze verdedigden hun kant krachtig.
zijde, flank
Pijn aan de rechterkant kan wijzen op problemen met de appendix.
zijde, kant
De zijde van het gebouw was bedekt met klimop.
aspect, kant
Het plan heeft een positieve kant en een negatieve kant.
lijn, tak
Zij erfde eigenschappen van de kant van haar moeder.
effect, zijde
Het schot had een zwaar zijeffect.
helling, glooling
Ze kampeerden op de lagere helling van de berg.
bijgerecht, begeleiding
Ik bestelde een burger met een bijgerecht van knapperige frietjes.
De buitenspiegels van de auto bieden een duidelijk zicht op het omringende verkeer.
partij kiezen, steunen
Ze koos de kant van de werknemers in het geschil.
Lexicale Boom



























