to shorten
Pronunciation
/ˈʃɔɹtən/

Definitie en betekenis van "shorten"in het Engels

to shorten
01

verkorten, inkorten

to decrease the length of something
Transitive: to shorten sth
to shorten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
shorten
3e persoon enkelvoud
shortens
onvoltooid deelwoord
shortening
onvoltooid verleden tijd
shortened
voltooid deelwoord
shortened
Voorbeelden
The project deadline was shortened unexpectedly.
De projectdeadline werd onverwacht verkort.
02

verkorten, verminderen

to have a decrease in length of time or duration
Intransitive
Voorbeelden
As the evening progresses, the wait times at restaurants usually shorten.
Naarmate de avond vordert, verkorten de wachttijden in restaurants meestal.
03

verkorten, inkorten

to edit a text by removing or modifying parts that are considered unnecessary
Transitive: to shorten a text
Voorbeelden
The speechwriter was asked to shorten the politician's remarks by removing any potentially offensive remarks.
De speechschrijver werd gevraagd om de opmerkingen van de politicus te verkorten door mogelijk aanstootgevende opmerkingen te verwijderen.
04

verkorten, verkleinen

to reduce the length of time or duration of something
Transitive: to shorten duration of something
Voorbeelden
The technology upgrade will shorten the time required for data processing.
De technologie-upgrade zal de benodigde tijd voor gegevensverwerking verkorten.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store