shoo
Pronunciation
/ˈʃu/

Definitie en betekenis van "shoo"in het Engels

01

Shoo!, Weg!

used to make something or someone go away
shoo definition and meaning
Voorbeelden
Shoo, children! It's time for bed.
Shoo, kinderen! Tijd om naar bed te gaan.
to shoo
01

verjagen, wegjagen

drive away by crying `shoo!'
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
shoo
3e persoon enkelvoud
shoos
onvoltooid deelwoord
shooing
onvoltooid verleden tijd
shooed
voltooid deelwoord
shooed
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store