Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to shiver
01
rillen, beven
to shake slightly and repeatedly because of cold
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
shiver
3e persoon enkelvoud
shivers
onvoltooid deelwoord
shivering
onvoltooid verleden tijd
shivered
voltooid deelwoord
shivered
Voorbeelden
She wrapped her coat tighter as she shivered.
Ze wikkelde haar jas strakker om zich heen terwijl ze rilde.
02
rillen, beven
to tremble or quiver suddenly and repeatedly, often from fear, excitement, or strong emotion
Voorbeelden
The child shivered with excitement before opening the gift.
Het kind trilde van opwinding voordat het het cadeau opende.
Shiver
01
rillen, beven
a brief shaking movement of one's body as a result of fear or being cold
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
shivers
Voorbeelden
The nurse noticed the man 's persistent shiver and recommended he see a doctor immediately, suspecting it was more than just a cold.
De verpleegster merkte de aanhoudende rillen van de man op en raadde hem aan onmiddellijk een arts te raadplegen, vermoedend dat het meer dan alleen een verkoudheid was.
02
huivering, rillen
a faint, often pleasant thrill of fear or excitement
Voorbeelden
The ghost story sent a satisfying shiver through the listeners.
Het spookverhaal stuurde een bevredigende huivering door de luisteraars.
Lexicale Boom
shivering
shivering
shiver



























