Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Voorbeelden
She thinks thunderstorms are scary.
Ze vindt onweersbuien eng.
02
schrikachtig, bangelijk
easily startled or frightened, often responding to sudden events with alarm or nervousness
Voorbeelden
The sudden knock on the door made her feel scary and anxious.
Het plotselinge kloppen op de deur maakte haar bang en angstig.
Lexicale Boom
scarily
scary
scar



























