Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to rev up
01
de toeren opvoeren, de motor opjagen
to increase the speed of an engine
Transitive: to rev up an engine
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
rev
tegenwoordige tijd
rev up
3e persoon enkelvoud
revs up
onvoltooid deelwoord
revving up
onvoltooid verleden tijd
revved up
voltooid deelwoord
revved up
Voorbeelden
The mechanic revved up the engine to test its performance.
De monteur draaide de motor op om de prestaties te testen.
02
opwinden, versnellen
to become more active or energized
Intransitive
Voorbeelden
The music at the party revved up, and everyone started dancing.
De muziek op het feest werd harder, en iedereen begon te dansen.
03
opzwepen, aanmoedigen
to make someone or something more active, increasing their energy or enthusiasm
Transitive: to rev up sb/sth
Voorbeelden
The coach revved up the team with an inspiring pre-game speech.
De coach vuurde het team op met een inspirerende toespraak voor de wedstrijd.



























