Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to regale
01
vermaak, amuseer
to entertain with stories or performances
Transitive: to regale sb
Voorbeelden
He regaled his guests with a musical performance on the piano.
Hij vermaakte zijn gasten met een muzikale uitvoering op de piano.
02
trakteren, onthalen
to provide with fine food, wine, and other luxuries
Transitive: to regale sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
regale
3e persoon enkelvoud
regales
onvoltooid deelwoord
regaling
onvoltooid verleden tijd
regaled
voltooid deelwoord
regaled
Voorbeelden
The host regaled the guests with a five-course dinner and vintage wine.
De gastheer verwende de gasten met een vijfgangendiner en oude wijn.



























